De deur knarst open en stroperig valt het licht smal binnen. De breekbaarheid ervan verwondert hem. Langzaam slurpt hij met de verse lucht de moed binnen, duwt met zijn wijsvinger de deur verder open en durft een stap voorwaarts.
Het licht likt zijn ogen en strijkt zijn huid warm. Hij knippert en duwt zonder kijken de deur achter zich dicht met zijn voet. De droge klik klinkt gesmoord. Pas later zet die droogte zich vast in zijn geheugen.
De herinnering aan een gisteren ontsnapt hem. Het is de ontsnapping die hij voelt en in elke vezel smeekt het verleden om ontdekt te worden.